1

Aanmelden bij het onafhankelijk Meldpunt burnpits

Het Meldpunt burnpits deelt informatie, bundelt kennis en verleent juridische bijstand verleend. Binnen dit collectief hebben zich de slachtoffers van burnpits verenigd. Zo staan we sterk en zo geeft het Meldpunt burnpits Defensie richting. Daarmee hebben we burnpits al op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht. Samen sterk door kennis, onderzoek en juridische bijstand!

Het collectief dat zich bij het Meldpunt burnpits heeft verenigd heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon omdat slachtoffers en collega’s massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier heeft het Meldpunt burnpits de ontkenningen door de Minister van Defensie getrotseerd en burnpits boven aan op de politieke agenda gekregen.

Maar we zijn er nog niet. Sterker nog: we zijn nog maar net begonnen. Met de vele meldingen willen we geneeskundig onderzoek laten uitvoeren, buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek. Het Meldpunt burnpits wil geen tweede slepend  Chroom-6 dossier.

 

Sluit je aan. Samen sterk door kennis, onderzoek en juridische bijstand

Binnen het collectief wordt informatie gedeeld, kennis gebundeld en juridische bijstand verleend. Zo staan we sterk. Daarmee hebben we burnpits al op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht.

 

Vertrouwelijkheid voorop

Dagelijks krijgen wij tientallen meldingen binnen van slachtoffers, maar ook van (actief) dienende militairen. Deze meldingen zijn van belang voor het onderzoek. Veel melders maken duidelijk dat zij geen of weinig vertrouwen in Defensie hebben en daarom niet willen dat hun identiteit bij Defensie bekend wordt. Dat respecteren wij.

Meldingen worden bij de het Meldpunt burnpits vertrouwelijk behandeld. Daarom doet het Meldpunt burnpits Defensie geen mededelingen over de identiteit van de melders.

 

Juridische bijstand

Binnen het meldpunt burnpits is het mogelijk om juridische bijstand te krijgen. Door het collectief kunnen de kosten hiervan worden beperkt. Maar wij gaan verder, waar anderen stoppen. Het Meldpunt burnpits werkt actief aan verandering van wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door het verlangen van het recht op periodiek geneeskundig onderzoek en monitoring bij een zorginstelling naar keuze voor rekening van Defensie. Dat zou volgens ons voor alle veteranen moeten gelden. Wij onderscheiden ons met de lobby om regelgeving aan te passen van andere (rechts)hulpverleners. Als lid van het collectief profiteert u daarvan.

2

Defensie opent meldpunt voor gezondheidsklachten ‘burnpits’

Het ministerie van Defensie opent een meldpunt voor defensiemedewerkers die gezondheidsklachten hebben opgelopen nadat ze in aanraking zijn gekomen met de giftige stoffen van een ‘burnpit’. Maar de vraag is of deze militairen zich ook gaan melden.

Het is niet het eerste meldpunt over ‘burnpits’. Jurist Ferre van de Nadort opende een paar weken geleden een meldpunt voor veteranen die gezondheidsklachten hebben gekregen nadat ze in aanraking zijn geweest met de giftige stoffen die vrijkomen bij deze verbrandingskuilen.

In een paar weken tijd hebben zich inmiddels ruim 162 mensen gemeld. “En ook vanmorgen kwamen er weer tien mensen bij, dus het loopt nog steeds op.” Daarnaast kwamen er ruim 500 tips binnen van mensen die mee op uitzending waren.

 

Weinig vertrouwen in defensie

Van de Nadort vraagt zich af of (ex)-militairen zich ook gaan melden bij Defensie. “Er is weinig vertrouwen in de manier waarop Defensie dit soort zaken oppakt. Veteranen willen graag een onafhankelijk onderzoek en je kunt je afvragen hoe onafhankelijk dit onderzoek is omdat je het bij het ministerie zelf moet melden.”

De jurist hoopt dat militairen die zich bij hem gemeld hebben en nu kampen met gezondheidsklachten gemonitord worden in het ziekenhuis, zodat vast kan worden gesteld of ze inderdaad ziek zijn geworden als gevolg van de ‘burnpits’. Zo kan een stap worden overgeslagen en mogelijke slachtoffers sneller worden geholpen.

“Als blijkt dat er een causaal verband is tussen de stoffen die in Afghanistan in de lucht zaten en de ziekte van de veteranen, dan hebben zij recht op een uitkering.”

Bekijk de uitzending: https://eenvandaag.avrotros.nl/embed/520450/?no_cache=1

0

Minister: vier meldingen bij Defensie over ‘burnpits’

Het ministerie van Defensie heeft tot nu toe vier officiële meldingen binnengekregen over gezondheidsklachten door ‘burnpits’. Minister Bijleveld heeft dat gezegd tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer. Ze laat wellicht onafhankelijk onderzoek doen naar de relatie tussen burnpits en de gemelde gezondheidsklachten.

Het ministerie neemt contact op met de jurist Van de Nadort, die bijna twee weken geleden aan de bel trok nadat militairen zich bij hem hadden gemeld. De militairen denken dat ze in Afghanistan kanker hebben gekregen door burnpits. Dat zijn afvalhopen van medisch afval en werkmateriaal, die worden verbrand in militaire kampen. Vanmiddag heeft Van de Nadort laten weten dat hij inmiddels 122 meldingen heeft binnengekregen.

 

Ernst

Vorige week zei Bijleveld dat er geen formele meldingen bekend waren bij Defensie. Dat deed ze in reactie op een door Van de Nadort geopenbaarde brief, waarin het pensioenfonds ABP namens de minister van Defensie erkent dat een militair in Afghanistan blootgesteld was aan toxische stoffen en gassen. De minister herhaalde in het vragenuur dat het hier niet ging om een officiële melding van een gezondheidsklacht.

De minister benadrukte nogmaals dat militairen die gezondheidsklachten hebben, zich moeten melden bij Defensie. Dan kan er worden gekeken of deze zijn ontstaan uit de giftige stoffen die vrijkomen bij burnpits. “Wij doen er alles aan om in beeld te krijgen wat de ernst van de situatie is”, zei de minister.

 

Wegmoffelcultuur

SP-Kamerlid Karabulut zei dat de Kamer keer op keer geconfronteerd wordt met zieke veteranen en ernstige gezondheidsklachten, die niet serieus worden opgepikt door Defensie. Volgens Denk-Kamerlid Özturk is er sprake van een “wegmoffelcultuur” en “ontkenningscultuur”. Bijleveld ontkende dat met grote stelligheid. “Maar je moet wel goed weten wat de meldingen zijn en daar hebben wij ons afgelopen week in verdiept”, aldus de minister.

Regeringspartij D66 wil dat militairen die in aanraking zijn geweest met burnpits een brief krijgen van Defensie. Het gaat om militairen die tussen juli 2006 en juli 2010 in de Nederlandse legerbasis Kamp Holland in de Afghaanse provincie Uruzgan zaten.

 

Giftige stoffen

Volgens CDA-Kamerlid Bruins Slot zijn niet alleen Nederlandse militairen in aanraking gekomen met burnpits, maar ook Amerikanen, Britten en Canadezen. Ze wil dat het ministerie ook metingen van deze landen opvraagt, zodat alle informatie boven tafel komt. Bijleveld zegde toe dit te doen.

 

Sluit je aan. Samen sterk door kennis, onderzoek en juridische bijstand

Binnen het collectief wordt informatie gedeeld, kennis gebundeld en juridische bijstand verleend. Zo staan we sterk. Daarmee hebben we burnpits al op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht.

0

Hier, minister, de meldingen van zieke militairen over burnpits die u ‘niet kent’

Een groep militairen heeft zich wél degelijk bij defensie gemeld met ernstige gezondheidsschade, waaronder kanker, die zij relateren aan vuilverbranding op missie in Afghanistan.

Het ministerie van defensie zei vorige week geen weet te hebben van militairen die kanker zouden hebben opgelopen door vuilverbranding op missie in Afghanistan. Het departement heeft geen klachten ontvangen, zei minister Ank Bijleveld.

Ze reageerde daarmee op de ruim vijftig militairen die zich recent hebben verenigd en die claimen ernstige gezondheidsschade te hebben opgelopen door het verbranden van vuil. Vele militairen hebben zich verbaasd over de stelligheid van de minister.

Bewijs

Dagblad van het Noorden heeft bewijs in handen dat verschillende militairen defensie in het verleden formeel aansprakelijk hebben gesteld voor de blootstelling aan gifstoffen door burnpits.

Onder hen ook ex-militairen met kanker, zoals de Friese ex-luchtmachtmilitair Johan Smit. Ook hij stelde defensie destijds formeel aansprakelijk. Ook twee defensiemonteurs met leukemie stellen dat defensie weet heeft van hun medische situatie door blootstelling aan burnpits. Deze monteurs hebben zich reent gemeld bij het meldpunt over burnpits.

Ook beschikt deze krant over correspondentie met defensie waarin de blootstelling aan giftige stoffen door burnpits wordt erkend, én de relatie daarmee met ernstige medische aandoeningen.

‘Blootstelling gifstoffen verbrandingsovens’

Deze krant heeft inzage gehad in dossiers waarin duidelijk staat dat defensie wél meldingen kreeg. In één daarvan staat: „Cliënt is van mening dat defensie aansprakelijk is voor de gezondheidsschade die hij heeft opgelopen ten gevolge van blootstelling aan giftige stoffen uit de verbrandingsovens op de luchtmachtbasis Kandahar in de periode dat hij naar Afghanistan uitgezonden is geweest.”

Uit stukken blijkt dat defensie zelfs standaardformulieren gebruikte voor de registratie van blootstelling aan vrijkomende stoffen door burnpits. Zo’n formulier heeft als titel ‘Personeelsregistratieformulier blootstelling vrijkomende stoffen locatie burnpit, Kandahar Air Field, Afghanistan’. Daar staat dat het „per mand moet worden ingevuld” en „betrokken draagt zelf zorg voor archivering in het eigen dossier”.

Document erkent relatie burnpit en gezondheidsschade

De Drentse jurist Ferre van de Nadort – die juridisch het voortouw neemt in de erkenning van burnpitschade van militairen – heeft documenten waarin de directe relatie wordt erkend door defensie tussen gezondheidsklachten en burnpits.

Eén van die bewijsdocumenten is ondertekend namens de minister van defensie door Stichting Pensioensfonds ABP: „Uit een opgemaakt proces-verbaal blijkt dat u tijdens uitzending in Afghanistan op kamp Holland in aanraking bent geweest met toxische stoffen en gassen uit een burning pit. Hiermee staat vast dat u bij het verrichten van opgedragen werkzaamheden tijdens verblijf in militaire dienst aan toxische stoffen en gassen bent blootgesteld geweest.”

De brief vervolgt: „Met deze brief wordt u van deze vaststelling in kennis gesteld. Deze vaststelling kan voor u van belang zijn als u na dienstverlating onverhoopt klachten zou gaan krijgen ten gevolge van contact met toxische stoffen en gassen.”

‘Bewering minister evident onjuist’

Jurist Van de Nadort was hogelijk verbaasd over de stelligheid van de minister dat er „geen meldingen” bekend zijn. „Velen hebben tegen mij getoond een hele strijd met defensie te hebben gevoerd hierover. Dat is allemaal opgeslagen in hun medisch dossier. De bewering van de minister is evident onjuist; hoe kan zij dit nu zo absoluut ontkennen? Het is niet voor niks dat al die militairen zich nu bij mij melden. Want ze hebben totaal geen vertrouwen meer in defensie.”

De Drentse jurist roept militairen op nog meer documenten te delen waarin staat dat zij wel degelijk defensie uitvoerig hebben ingelicht over hun gezondheidsklachten door burnpits.

„Een werkgever heeft de plicht ervoor te zorgen dat werknemers geen schade oplopen tijdens hun werkzaamheden. Ik snap dat dit niet altijd te voorkomen is, zeker niet tijdens een missie, maar defensie is dan wel verantwoordelijk voor eventuele schade.”

Veteranen analyseren meldingen

Van de Nadort: „Militairen zijn jarenlang bloot gesteld aan gevaarlijke stoffen uit burn pits. Het is een doodzonde dat zij nu zelf worden opgezadeld met een zware bewijslast. Omdat defensie botweg ontkent. De militairen die zich bij mij hebben gemeld, hebben een scala aan medische problemen, waaronder kanker.”

Twee veteranen werken inmiddels bij de Drentse jurist voor het in kaart brengen van alle meldingen. Meer dan tweehonderd militairen hebben zich inmiddels gemeld met informatie over de burnpits.

Minister Bijleveld antwoordde vorige week tegenover de NOS, op de vraag of zij niet eerder signalen had gekregen over gezondheidsklachten door burnpits: „Nee, ik hoor dat het zo is, maar bij ons zijn er op dit moment geen meldingen.” Vele militairen waren daar verbaasd én boos over.

Vragen aan defensie

Dagblad van het Noorden heeft de afgelopen dagen onder meer onderstaande vragen ingediend bij het ministerie over de ontkenning van de minister, maar daar tot op heden geen antwoord op gekregen:

a) Blijft de minister bij dit antwoord, of is zij inmiddels door haar staf geïnformeerd over de meldingen die bekend zijn bij defensie van militairen die de relatie leggen tussen hun ziekte en burnpits?

b) In bezit van Dagblad van het Noorden is een exemplaar van het gestandaardiseerde ‘PERSONEELSREGISTRATIEFORMULIER BLOOTSTELLING VRIJKOMENDE STOFFEN LOCATIE BURNPIT, KANDAHAR AIR FIELD, AFGHANISTAN’. Hoe verhoudt dit standaardformulier – dat maandelijks ingevuld moest worden – zich ten opzichte van de bewering van de minister dat defensie niet bekend is met meldingen?

c) Sinds wanneer is dit standaardformulier in gebruik?

d) Hoeveel militairen hebben dit formulier ingevuld?

e) Wat is gedaan met deze meldingen?

f) Kan het zijn dat in de afgelopen dagen zich wél militairen hebben gemeld bij defensie?

g) Op welke wijze worden nieuwe meldingen ‘door ons opgepakt’, zoals de minister stelde. Hoe werkt dat concreet?

,,Voor de zorgvuldigheid in het beantwoorden van de vragen hebben we meer tijd nodig”, zegt Jos van der Leij, woordvoerder Commandant der Strijdkrachten en hoofd van de Sectie Communicatie Krijgsmacht en Operaties.

0

Hoe de kamer werd geïnformeerd over falende ovens op Kamp Holland

Na de vele meldingen, documenten en beeldmateriaal staat het inmiddels wel vast: gedurende het Nederlandse verblijf op Kamp Holland (Tarin Kowt; Uruzgan) werd vuil in open vuur verbrand. De 3 ovens die in 2008 werden geleverd, zijn niet gebruikt omdat ze niet werkten. De vraag is dan hoe minister van Defensie Hillen in 2010 ten overstaan van de Tweede Kamer heeft kunnen aangeven dat er maar liefst 6 ovens waren in plaats van 3 en dat al het afval op Kamp Holland in deze ovens werd verbrand. Was hij verkeerd geïnformeerd door zijn departement?

Foto: NIMH

Op Kamp Holland werd vuil verbrand in een open burnpit vlak buiten het kamp. Een gat in de grond waar al het mogelijke afval, zoals huisvuil, chemisch afval, autobanden, accu´s, etc. in de open lucht werd verbrand. De wind kwam niet altijd uit dezelfde hoek, dus de rook van de burnpit kwam regelmatig over Kamp Holland. Het kamp was regelmatig bedekt onder een deken van rook van de burnpit, zo wordt door vrijwel alle melders die op Kamp Holland zijn geweest (ruim 50!) aangegeven.

Volgens de begroting van 2008, zouden er drie verbrandingsovens worden geplaatst op Kamp Holland. Dat zou samenhangen met de milieueisen: de verwerking van afval zou zo op een milieuhygiënisch meer beheerste manier kunnen verlopen (zie de begroting van 2008) en aan de ongezonde situatie zou een einde komen. Groots aangekondigd, blijken de ovens al snel niet geschikt voor de hoeveelheid aangeboden afval, zijn ze moeilijk brandend te houden en blijken de ovens niet tegen hitte te kunnen.

De ovens die de Defensie Materieel Organisatie (DMO) in 2008 aankoopt werken niet, waardoor men tot het vertrek uit Kamp Holland gebruik moest blijven maken van de burnpit.

Aan het falen van de ovens wordt in kamerstukken en de media geen aandacht besteed. Sterker nog: Defensie benadrukt het bestaan en het gebruik van de ovens op Kamp Holland. Zo is er bijvoorbeeld op 26 juni 2010 een “persmoment” waar wordt bericht over een ceremonie waarbij opium met de ovens wordt verbrand. Er wordt groots uitgepakt: Nederland stuurt een afvaardiging, er wordt gespeecht en er is een fotograaf van het Mediacentrum Defensie (MCD) aanwezig. Groots is de presentatie van de ovens. Maar uitgerekend die defensiefotograaf maakt een foto waarop op de achtergrond de brandende en rokende burnpit staat. Ook de aanwezige Nederlandse ‘hoogwaardigheidsbekleders’ moeten dat hebben opgemerkt.

Bron foto: NIMH. Terwijl Defensie in 2010 met veel vertoon toont dat de ovens in gebruik zijn, brandt op de achtergrond de burnpit.

 

Beantwoording van kamervragen door Hillen

Gezondheidsklachten van militairen die op Kamp Holland gelegerd zijn, leidden op 15 november 2010 tot Kamervragen door de SP. In de antwoorden op die vragen maakt Hillen geen melding van het in onbruik zijn geraakt van de 3 ovens op Kamp Holland en dat daarom in plaats daarvan de burnpit nog steeds wordt gebruikt. Hillen geeft in plaats daarvan zelfs aan dat de ovens werden gebruikt: In de ovens werden onder toezicht huishoudelijk afval, werkmaterialen en medisch afval verbrand. Het afval was afkomstig van Nederlandse eenheden en die van bondgenoten op Kamp Holland. Volgens Hillen zouden er maar liefst 6 ovens op Kamp Holland aanwezig zijn, waarvan 2 voor het verbranden van medisch afval.

Dat Hillen spreekt over 6 ovens op Kamp Holland is opmerkelijk. Want er hebben slechts drie ovens gestaan. Dat blijkt ook al uit de begroting van 2008. Hillen benadrukt zelfs: De temperatuur in de verbrandingsovens is hoger dan 800 graden Celsius. Onder optimale omstandigheden zal er sprake zijn van een volledige verbranding met zo min mogelijk schadelijke bijproducten. Wanneer ovens zouden zijn gebruikt, dan zou dat wellicht juist zijn, maar de verbrandingsovens werden op Kamp Holland dus niet gebruikt. Het huishoudelijk afval, werkmateriaal en medisch afval werd in 2010 nog met open vuur, de burnpit, verbrand. Hillen spreekt trouwens ook over 6 ovens die 200 m3 per dag konden verwerken, maar er stonden er maar 3, die die capaciteit – ook als ze wel zouden hebben gewerkt – bij lange na niet hadden.

De beantwoording van de vragen door Hillen in 2010 roept vragen op. Waarom werd in die beantwoording de burnpit op Kamp Holland (Tarin Kowt; Uruzgan) verzwegen? En waarom wordt de indruk gewekt dat het afval op Kamp Holland in ovens werd verbrand, terwijl dat niet zo was? Maar belangrijker nog: hoe komt de Staatssecretaris aan informatie?

Met name die laatste vraag is naar mijn mening van belang. Een minister is afhankelijk van de informatie die zijn departement verstrekt bij de beantwoording van Kamervragen. Maar dat wetende doemt er gelijk een nieuwe vraag op: hoe betrouwbaar is informatie die dat departement aan de minister geeft?

 

 


Ga naar de pagina over Kamp Holland (Tarin Kowt; Uruzgan)

Ga naar een eerder bericht waarin ik vraag over informatie over niet werkende ovens op Kamp Holland en de reacties daarop


De Kamervragen en de beantwoording:

Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

Vergaderjaar 2010-2011 Aanhangsel van de handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

799

Vragen van de leden Van Dijk en Van Bommel (beiden SP) aan de minister van Defensie over gezondheidsklachten militair personeel in Uruzgan (ingezonden 15 november 2010).

Antwoord van minister Hillen (Defensie) (ontvangen 15 december 2010).

Vraag 1, 2

Is u bekend dat militairen die in Uruzgan hebben gewerkt ernstige gezondheidsklachten hebben gekregen die mogelijk het gevolg zijn uitstoot van uitlaatgassen uit de verbrandingsoven op Kamp Holland?1 Is het waar dat militairen hun beklag hebben gedaan bij de commandant? Wat was het oordeel van de commandant over deze klachten?

Heeft de militaire geneeskundige dienst in Uruzgan onderzoek gedaan naar mogelijk verband tussen deze klachten en de verbrandingsovens? Bent u bereid de resultaten van de onderzoeken van het Nederlandse Ministerie van Defensie en dat van Britse en Amerikaanse onderzoeken aan de Kamer voor te leggen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord 1, 2

Voor en tijdens de missie in Afghanistan heeft Defensie op Nederlandse locaties onderzoek verricht naar de aanwezigheid van schadelijke stoffen in de lucht. In mijn brief van 12 november jl. (Kamerstuk 27 925, nr. 411) ben ik hierop nader ingegaan. Uit deze onderzoeken is gebleken dat er slechts incidenteel sprake is geweest van verhoogde waarden van schadelijke stoffen en dat langdurige of blijvende gezondheidsschade hierdoor niet waarschijnlijk is. Ik heb tot op heden geen aanwijzingen voor een toename van gezondheidsklachten als gevolg van de mogelijke blootstelling aan de uitstoot van verbrandingsovens. Na de voltooiing van de metingen in Afghanistan zal ik de Kamer informeren over het Nederlandse onderzoek en de resultaten van Britse en Amerikaanse onderzoeken.

Vraag 3

Om hoeveel ovens gaat het, waar staan zij? Wat is de capaciteit van die ovens?

Antwoord 3

Op Kamp Holland (Tarin Kowt) werden zes ovens gebruikt om gewoon afval te verbranden en twee ovens voor medisch afval. De maximale capaciteit van deze verbrandingsovens was 200 m³ per dag.

Vraag 4, 5, 6

Volgens welke gezondheid- en milieunormen zijn de ovens ingericht? Kunt u dat toelichten?

Wat wordt in de verbrandingsovens verbrand? Op welke temperatuur wordt het afval verbrand? Gaat het daarbij om huishoudelijk afval of worden ook werkmaterialen verbrand? Gaat het daarbij ook om chemicaliën en/of munitie? Is u bekend wat de chemische reacties kunnen zijn van de verbranding?

Maken ook (NAVO-)partners gebruik van deze oven? Zo ja, van welke? En is bekend wat zij daar in storten? Indien neen, waarom niet? En deelt u in dat geval de mening dat onmiddellijke openbaarheid moet worden betracht?

Antwoord 4, 5, 6

Defensie hanteert in het buitenland waar mogelijk de Nederlandse gezondheid- en milieunormen tenzij de lokale regels strenger zijn. In Uruzgan is dat met de verbrandingsovens niet mogelijk gebleken. In de ovens werden onder toezicht huishoudelijk afval, werkmaterialen en medisch afval verbrand. Het afval was afkomstig van Nederlandse eenheden en die van bondgenoten op Kamp Holland. Gevaarlijke stoffen werden door lokale bedrijven afgevoerd. Bij verbranding is sprake van een chemische reactie van stoffen met zuurstof. Deze chemische reacties zijn afhankelijk van de aard en samenstelling van het afval, de toevoer van zuurstof en de verbrandingstemperatuur. De temperatuur in de verbrandingsovens is hoger dan 800 graden Celsius. Onder optimale omstandigheden zal er sprake zijn van een volledige verbranding met zo min mogelijk schadelijke bijproducten.

Op andere locaties in Uruzgan waar Nederlandse troepen verbleven, werd gebruikgemaakt van zogenaamde burnpits. Deze locaties waren te kleinschalig om een verbrandingsoven te plaatsen. In een burnpitis meestal sprake van een smeulbrand en dus van een onvolledige verbranding. Hierbij kunnen meer schadelijke stoffen vrijkomen. De locaties van deze burnpits zijn zodanig gekozen dat de hinder door de verbrandingsprocessen zo gering mogelijk was.

1Algemeen Dagblad, «Militairen ziek door verblijf in Afghanistan», 11 november 2010.

1 2 3 4