2

Defensie opent meldpunt voor gezondheidsklachten ‘burnpits’

Het ministerie van Defensie opent een meldpunt voor defensiemedewerkers die gezondheidsklachten hebben opgelopen nadat ze in aanraking zijn gekomen met de giftige stoffen van een ‘burnpit’. Maar de vraag is of deze militairen zich ook gaan melden.

Het is niet het eerste meldpunt over ‘burnpits’. Jurist Ferre van de Nadort opende een paar weken geleden een meldpunt voor veteranen die gezondheidsklachten hebben gekregen nadat ze in aanraking zijn geweest met de giftige stoffen die vrijkomen bij deze verbrandingskuilen.

In een paar weken tijd hebben zich inmiddels ruim 162 mensen gemeld. “En ook vanmorgen kwamen er weer tien mensen bij, dus het loopt nog steeds op.” Daarnaast kwamen er ruim 500 tips binnen van mensen die mee op uitzending waren.

 

Weinig vertrouwen in defensie

Van de Nadort vraagt zich af of (ex)-militairen zich ook gaan melden bij Defensie. “Er is weinig vertrouwen in de manier waarop Defensie dit soort zaken oppakt. Veteranen willen graag een onafhankelijk onderzoek en je kunt je afvragen hoe onafhankelijk dit onderzoek is omdat je het bij het ministerie zelf moet melden.”

De jurist hoopt dat militairen die zich bij hem gemeld hebben en nu kampen met gezondheidsklachten gemonitord worden in het ziekenhuis, zodat vast kan worden gesteld of ze inderdaad ziek zijn geworden als gevolg van de ‘burnpits’. Zo kan een stap worden overgeslagen en mogelijke slachtoffers sneller worden geholpen.

“Als blijkt dat er een causaal verband is tussen de stoffen die in Afghanistan in de lucht zaten en de ziekte van de veteranen, dan hebben zij recht op een uitkering.”

Bekijk de uitzending: https://eenvandaag.avrotros.nl/embed/520450/?no_cache=1

0

Minister gaat in overleg met burnpit.nl

De Tweede Kamer pakte minister Ank Bijleveld van Defensie gisteren tijdens het vragenuur hard aan in de burnpits-affaire. Zij moet ernstige medische klachten van militairen erkennen en de ‘wegmoffelcultuur’ bij Defensie bestrijden. Ook stemde de Tweede Kamer in met een kamerdebat over de affaire.

Eerder gaf het Meldpunt burn pits aan dat er meer dan 350 meldingen en tips waren binnengekomen en dat er zich tussen 70 en 80 veteranen hebben gemeld met gezondheidsproblemen. Inmiddels staat het aantal meldingen van veteranen met gezondheidsproblemen en -zorgen op 122.

Volgens Minister Bijleveld heeft Defensie tot nu toe vier officiële meldingen binnengekregen over gezondheidsklachten door ‘burnpits’. Minister Bijleveld heeft dat gezegd tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer. Ze laat wellicht onafhankelijk onderzoek doen naar de relatie tussen burnpits en de gemelde gezondheidsklachten. De minister beloofde contact op te nemen met Van de Nadort over het meldpunt burnpits.

Vorige week nog zei Bijleveld dat er geen formele meldingen bekend waren bij Defensie. Dat deed ze in reactie op een door Van de Nadort geopenbaarde brief, waarin het pensioenfonds ABP namens de minister van Defensie erkent dat een militair in Afghanistan blootgesteld was aan toxische stoffen en gassen. De minister herhaalde in het vragenuur dat het hier niet ging om een officiële melding van een gezondheidsklacht.

De toezeggingen van de minister zijn een kleine stap in de richting van het doel dat met het Meldpunt burnpits werd beoogd. Het Meldpunt burn pits maakte eerder de volgende eisen bekend.

  1. Volledige openbaarmaking van alle informatie over burn pits.
  2. Periodieke medische controle voor rekening van defensie voor alle (ex)militairen die zijn blootgesteld aan burn pits.
  3. Een onafhankelijk platform voor slachtoffers van burn pits.
  4. Toegang tot rechtspositionele vergoedingen en financiering van rechtsbijstand
  5. Verbod op het gebruik van burn pits, tenzij dat operationeel onvermijdelijk is en uitsluitend met toestemming van de Tweede Kamer.
0

Minister: vier meldingen bij Defensie over ‘burnpits’

Het ministerie van Defensie heeft tot nu toe vier officiële meldingen binnengekregen over gezondheidsklachten door ‘burnpits’. Minister Bijleveld heeft dat gezegd tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer. Ze laat wellicht onafhankelijk onderzoek doen naar de relatie tussen burnpits en de gemelde gezondheidsklachten.

Het ministerie neemt contact op met de jurist Van de Nadort, die bijna twee weken geleden aan de bel trok nadat militairen zich bij hem hadden gemeld. De militairen denken dat ze in Afghanistan kanker hebben gekregen door burnpits. Dat zijn afvalhopen van medisch afval en werkmateriaal, die worden verbrand in militaire kampen. Vanmiddag heeft Van de Nadort laten weten dat hij inmiddels 122 meldingen heeft binnengekregen.

 

Ernst

Vorige week zei Bijleveld dat er geen formele meldingen bekend waren bij Defensie. Dat deed ze in reactie op een door Van de Nadort geopenbaarde brief, waarin het pensioenfonds ABP namens de minister van Defensie erkent dat een militair in Afghanistan blootgesteld was aan toxische stoffen en gassen. De minister herhaalde in het vragenuur dat het hier niet ging om een officiële melding van een gezondheidsklacht.

De minister benadrukte nogmaals dat militairen die gezondheidsklachten hebben, zich moeten melden bij Defensie. Dan kan er worden gekeken of deze zijn ontstaan uit de giftige stoffen die vrijkomen bij burnpits. “Wij doen er alles aan om in beeld te krijgen wat de ernst van de situatie is”, zei de minister.

 

Wegmoffelcultuur

SP-Kamerlid Karabulut zei dat de Kamer keer op keer geconfronteerd wordt met zieke veteranen en ernstige gezondheidsklachten, die niet serieus worden opgepikt door Defensie. Volgens Denk-Kamerlid Özturk is er sprake van een “wegmoffelcultuur” en “ontkenningscultuur”. Bijleveld ontkende dat met grote stelligheid. “Maar je moet wel goed weten wat de meldingen zijn en daar hebben wij ons afgelopen week in verdiept”, aldus de minister.

Regeringspartij D66 wil dat militairen die in aanraking zijn geweest met burnpits een brief krijgen van Defensie. Het gaat om militairen die tussen juli 2006 en juli 2010 in de Nederlandse legerbasis Kamp Holland in de Afghaanse provincie Uruzgan zaten.

 

Giftige stoffen

Volgens CDA-Kamerlid Bruins Slot zijn niet alleen Nederlandse militairen in aanraking gekomen met burnpits, maar ook Amerikanen, Britten en Canadezen. Ze wil dat het ministerie ook metingen van deze landen opvraagt, zodat alle informatie boven tafel komt. Bijleveld zegde toe dit te doen.

 

Klachten? Neem contact op. Gratis intake. Uw schade verhaald.

Binnen het collectief wordt informatie gedeeld, kennis gebundeld en juridische bijstand verleend. Zo staan we sterk. Daarmee hebben we burnpits al op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht. Wij zorgen dat u de schade vergoed krijgt.

0

Hier, minister, de meldingen van zieke militairen over burnpits die u ‘niet kent’

Een groep militairen heeft zich wél degelijk bij defensie gemeld met ernstige gezondheidsschade, waaronder kanker, die zij relateren aan vuilverbranding op missie in Afghanistan.

Het ministerie van defensie zei vorige week geen weet te hebben van militairen die kanker zouden hebben opgelopen door vuilverbranding op missie in Afghanistan. Het departement heeft geen klachten ontvangen, zei minister Ank Bijleveld.

Ze reageerde daarmee op de ruim vijftig militairen die zich recent hebben verenigd en die claimen ernstige gezondheidsschade te hebben opgelopen door het verbranden van vuil. Vele militairen hebben zich verbaasd over de stelligheid van de minister.

Bewijs

Dagblad van het Noorden heeft bewijs in handen dat verschillende militairen defensie in het verleden formeel aansprakelijk hebben gesteld voor de blootstelling aan gifstoffen door burnpits.

Onder hen ook ex-militairen met kanker, zoals de Friese ex-luchtmachtmilitair Johan Smit. Ook hij stelde defensie destijds formeel aansprakelijk. Ook twee defensiemonteurs met leukemie stellen dat defensie weet heeft van hun medische situatie door blootstelling aan burnpits. Deze monteurs hebben zich reent gemeld bij het meldpunt over burnpits.

Ook beschikt deze krant over correspondentie met defensie waarin de blootstelling aan giftige stoffen door burnpits wordt erkend, én de relatie daarmee met ernstige medische aandoeningen.

‘Blootstelling gifstoffen verbrandingsovens’

Deze krant heeft inzage gehad in dossiers waarin duidelijk staat dat defensie wél meldingen kreeg. In één daarvan staat: „Cliënt is van mening dat defensie aansprakelijk is voor de gezondheidsschade die hij heeft opgelopen ten gevolge van blootstelling aan giftige stoffen uit de verbrandingsovens op de luchtmachtbasis Kandahar in de periode dat hij naar Afghanistan uitgezonden is geweest.”

Uit stukken blijkt dat defensie zelfs standaardformulieren gebruikte voor de registratie van blootstelling aan vrijkomende stoffen door burnpits. Zo’n formulier heeft als titel ‘Personeelsregistratieformulier blootstelling vrijkomende stoffen locatie burnpit, Kandahar Air Field, Afghanistan’. Daar staat dat het „per mand moet worden ingevuld” en „betrokken draagt zelf zorg voor archivering in het eigen dossier”.

Document erkent relatie burnpit en gezondheidsschade

De Drentse jurist Ferre van de Nadort – die juridisch het voortouw neemt in de erkenning van burnpitschade van militairen – heeft documenten waarin de directe relatie wordt erkend door defensie tussen gezondheidsklachten en burnpits.

Eén van die bewijsdocumenten is ondertekend namens de minister van defensie door Stichting Pensioensfonds ABP: „Uit een opgemaakt proces-verbaal blijkt dat u tijdens uitzending in Afghanistan op kamp Holland in aanraking bent geweest met toxische stoffen en gassen uit een burning pit. Hiermee staat vast dat u bij het verrichten van opgedragen werkzaamheden tijdens verblijf in militaire dienst aan toxische stoffen en gassen bent blootgesteld geweest.”

De brief vervolgt: „Met deze brief wordt u van deze vaststelling in kennis gesteld. Deze vaststelling kan voor u van belang zijn als u na dienstverlating onverhoopt klachten zou gaan krijgen ten gevolge van contact met toxische stoffen en gassen.”

‘Bewering minister evident onjuist’

Jurist Van de Nadort was hogelijk verbaasd over de stelligheid van de minister dat er „geen meldingen” bekend zijn. „Velen hebben tegen mij getoond een hele strijd met defensie te hebben gevoerd hierover. Dat is allemaal opgeslagen in hun medisch dossier. De bewering van de minister is evident onjuist; hoe kan zij dit nu zo absoluut ontkennen? Het is niet voor niks dat al die militairen zich nu bij mij melden. Want ze hebben totaal geen vertrouwen meer in defensie.”

De Drentse jurist roept militairen op nog meer documenten te delen waarin staat dat zij wel degelijk defensie uitvoerig hebben ingelicht over hun gezondheidsklachten door burnpits.

„Een werkgever heeft de plicht ervoor te zorgen dat werknemers geen schade oplopen tijdens hun werkzaamheden. Ik snap dat dit niet altijd te voorkomen is, zeker niet tijdens een missie, maar defensie is dan wel verantwoordelijk voor eventuele schade.”

Veteranen analyseren meldingen

Van de Nadort: „Militairen zijn jarenlang bloot gesteld aan gevaarlijke stoffen uit burn pits. Het is een doodzonde dat zij nu zelf worden opgezadeld met een zware bewijslast. Omdat defensie botweg ontkent. De militairen die zich bij mij hebben gemeld, hebben een scala aan medische problemen, waaronder kanker.”

Twee veteranen werken inmiddels bij de Drentse jurist voor het in kaart brengen van alle meldingen. Meer dan tweehonderd militairen hebben zich inmiddels gemeld met informatie over de burnpits.

Minister Bijleveld antwoordde vorige week tegenover de NOS, op de vraag of zij niet eerder signalen had gekregen over gezondheidsklachten door burnpits: „Nee, ik hoor dat het zo is, maar bij ons zijn er op dit moment geen meldingen.” Vele militairen waren daar verbaasd én boos over.

Vragen aan defensie

Dagblad van het Noorden heeft de afgelopen dagen onder meer onderstaande vragen ingediend bij het ministerie over de ontkenning van de minister, maar daar tot op heden geen antwoord op gekregen:

a) Blijft de minister bij dit antwoord, of is zij inmiddels door haar staf geïnformeerd over de meldingen die bekend zijn bij defensie van militairen die de relatie leggen tussen hun ziekte en burnpits?

b) In bezit van Dagblad van het Noorden is een exemplaar van het gestandaardiseerde ‘PERSONEELSREGISTRATIEFORMULIER BLOOTSTELLING VRIJKOMENDE STOFFEN LOCATIE BURNPIT, KANDAHAR AIR FIELD, AFGHANISTAN’. Hoe verhoudt dit standaardformulier – dat maandelijks ingevuld moest worden – zich ten opzichte van de bewering van de minister dat defensie niet bekend is met meldingen?

c) Sinds wanneer is dit standaardformulier in gebruik?

d) Hoeveel militairen hebben dit formulier ingevuld?

e) Wat is gedaan met deze meldingen?

f) Kan het zijn dat in de afgelopen dagen zich wél militairen hebben gemeld bij defensie?

g) Op welke wijze worden nieuwe meldingen ‘door ons opgepakt’, zoals de minister stelde. Hoe werkt dat concreet?

,,Voor de zorgvuldigheid in het beantwoorden van de vragen hebben we meer tijd nodig”, zegt Jos van der Leij, woordvoerder Commandant der Strijdkrachten en hoofd van de Sectie Communicatie Krijgsmacht en Operaties.

0

Fijnstof

Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (RIVM)

 

Inleiding

Fijn stof betreft alle deeltjes in de lucht kleiner dan 10 micrometer. Fijn stof is afkomstig van het verkeer, veehouderijen, verbrandingsprocessen (bijv. industrie) en natuurlijke bronnen (bijv. zeezout). Primair fijn stof is direct door menselijke activiteiten in de atmosfeer gebracht. Het deel van de fijnstofconcentratie dat in de lucht wordt gevormd, wordt secundair fijn stof genoemd. PM10 is één van de stoffen die bijdraagt aan smog.

Fijn stof wordt vaak afgekort tot PM, wat afkomstig is van de Engelse afkorting voor ‘Particulate Matter’. Naast PM10 (fijn stof kleiner dan 10 µm) komt er ook steeds meer aandacht voor PM2,5, fijnstof kleiner dan 2,5 µm. Deeltjes kleiner dan 0,1 µm worden aangeduid als ultra fijnstof (UFP). Lees hier meer over ultra fijn stof.

 

Gezondheidseffecten

Blootstelling aan fijn stof leidt volgens Maas et al., 2015 naar schatting tot een gemiddelde levensduurverkorting van 9 maanden. Ook is berekend dat er 4,5 miljoen ziekteverzuimdagen extra worden opgenomen ten opzichte van een situatie zonder fijn stof in de lucht.

 

Typische concentraties

Het Compendium voor de Leefomgeving (2017) geeft informatie over concentraties van PM10 en PM2,5 in de afgelopen jaren in Nederland. Actuele meetwaarden staan op de website luchtmeetnet.nl.

 

Wettelijke grenswaarden

Voor PM10 is er een jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 die niet mag worden overschreden en er is een etmaalgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 die niet meer dan 35 keer per jaar mag worden overschreden. De jaarlijkse grenswaarde wordt in Nederland zelden overschreden. De etmaalgemiddelde grenswaarde wordt vooral in de omgeving van veehouderijen overschreden (berekeningen NSL, 2015)

Voor PM2,5 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m3. In Nederland wordt daar al aan voldaan. Daarnaast zijn er normen voor (het terugbrengen van) de gemiddelde concentratie op stedelijke achtergrondlocaties (zie Compendium voor de Leefomgeving).

 

Meten van fijn stof

Binnen het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit worden concentraties van PM10 en PM2,5 gemeten. PM10 wordt gemeten aan de hand van een zogenaamde β-stofmonitor. β-straling (straal van elektronen) wordt door een filter met daarop fijn stof gestuurd. De verzwakking van de β-straling is een maat voor de concentratie van PM10. Sinds 2008 wordt ook PM2,5 gemeten. Dit gebeurt middels weging van filters waarop PM2,5 zich heeft verzameld (gravimetrie).

Goedkopere sensoren en complete meetapparaten meten vaak niet de massa fijnstof (in µg/m3) maar tellen het aantal deeltjes met groottes tussen 0,3 (afhankelijk van de sensor kan dat ook 0,5 of 1,0 micrometer zijn) en 10 micrometer met behulp van een LED of lasertje. Dit heet optisch meten. Er wordt uitgegaan van een gemiddelde dichtheid van het fijn stof in de lucht. Dit heeft als nadeel dat je niet precies meet hoeveel deeltjes met welke grootte in de lucht aanwezig zijn. Bovendien worden deeltjes kleiner dan 0,3 µm niet opgemerkt. Het zijn echter juist deze deeltjes die vrijkomen bij verbrandingsprocessen. Goedkopere sensoren zijn daarom niet erg geschikt om fijn stof als gevolg van het verkeer te meten.

 

Eisen voor het meten van fijn stof

Voor het meten van fijn stof is het vooral belangrijk om een zinvolle daggemiddelde concentratie te bepalen. Hierbij moet op zijn minst onderscheid kunnen worden gemaakt tussen een lager daggemiddelde (bijv. 10-20 µg/m3) en een hoger daggemiddelde (bijv. 30-50 µg/m3). De invloed van lokaal verkeer wordt minder duidelijk gemeten.

De PM2,5 concentraties zijn altijd iets lager dan die van PM10. De vereiste nauwkeurigheid is dan minimaal vergelijkbaar met die voor PM10.

1 3 4 5 6 7