1

Intern Defensiedocument: afvalverwerking Kamp Holland was een “volledig onbeheerst proces”

DvhN, Bart Olmer. De afvalstroom binnen Kamp Holland – één van de militaire bases van Nederlandse militairen in Afghanistan – was één dikke bende. Staat onomwonden in een intern defensiedocument, getiteld: ‘Behandeling van afvalstromen in Kamp Holland’ uit 2010.

De verbranding van alle afval in een burnpit wordt in dit document omschreven als „een volledig onbeheerst proces”.

Ook chemisch afval

Uit het document blijkt dat defensie bewust ook gevaarlijk en chemisch afval verbrandde vlakbij de manschappen.

Dit document is uiterst relevant, nu 110 militairen zich bij Defensie hebben gemeld met de overtuiging dat zij ziek zijn geworden door vuilverbranding op missie in Afghanistan of dat zij zich hierover zorgen maken.

 

Mogelijk onafhankelijk onderzoek

Minister Ank Bijleveld – die deze cijfers vandaag bekend maakte in een brief aan de Tweede Kamer – beslist begin april of de meldingen aanleiding zijn voor onafhankelijk onderzoek.

Het defensiemeldpunt werd geopend nadat Dagblad van het Noorden onthulde dat veel militairen zich wel hadden gemeld met klachten over de burnpits. Bijleveld sprak aanvankelijk tegen dat militairen zich bij Defensie hadden gemeld. Sinds twee weken is er een meldpunt van Defensie in de lucht waar mensen met klachten kunnen aankloppen. Sindsdien liep de teller naar 110 meldingen.

 

Dagelijks 35 kuub afval in rook op

Defensie verbrandde haar afval in zulke verbrandingskuilen in de open lucht. Daarbij kwamen giftige gassen vrij.

Defensie had moeten weten dat het een onhoudbare situatie was, blijkt uit het rapport waarmee het gehele afvalverwerkingsproces op kamp Holland en op de Forward Operatipon Base Ripley in kaart is gebracht.

Dagelijks werd minimaal 35 kuub afval zonder enige scheiding gestort in de burnpit, staat in het rapport. Het afval bestond uit de dagelijks afvalstroom door eten en drinken en het overige bedrijfsmatige afval.

Het rapport heeft snoeiharde conclusies:

  • Er is onvoldoende controle, toezicht en beheer over de afvalstroom binnen Kamp Holland
  • De afvalverwerking kan worden omschreven als een volledig onbeheerst proces. Er wordt door middel van een ongecontroleerde open verbranding afval verbrand op de burnpit. De emissie die hierbij vrijkomt, bestaat uit grote hoeveelheden stofdeeltjes die schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu (inhaleren en huidcontact). Met name plastic dinner trays (onderzetbladen voor etenswaar, red.) en autobanden vormen een zware belasting voor het milieu en gezondheid.
  • Naast de verbranding van het afval is onduidelijk wat er met gevaarlijk – en chemisch afval gebeurt en op welke wijze dit wordt verwerkt.
  • Ongecontroleerde verbranding op de burnpit, waarbij alle soorten van afval in vaste of vloeibare vorm worden verbrand. ook gevaarlijk en chemisch afval. Er bestaat geen registratie en er is geen beheerder burnpit.
  • Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen dit proces zijn niet vastgelegd en onvoldoende bekend gesteld.
  • De afvalverwerking op Kamp Holland kan worden beschreven als een volledig ongecontroleerd proces.
  • Gevaarlijk en chemisch afval in ieder geval niet verwerken op deze manier door verbranding (dat geldt ook voor autobanden).

Burnpit brandde tot einde missie

Kamp Holland was een Nederlandse ISAF-locatie van de Task Force Uruzgan, operationeel van juli 2006 tot en met juli 2010. Gedurende die periode bevonden zich er ongeveer 1.200 Nederlandse militairen en 400 Australische militairen.

Alle afval werd al die jaren in een burnpit verbrand. Rond 2008 kwamen er afvalovens, maar die werkten niet door defecten en gebrek aan onderdelen. Tot aan het einde van de missie brandde de burnpit.

252 meldingen bij burnpit.nl

Bij het meldpunt www.burnpit.nl zijn vele honderden meldingen binnengekomen van militairen over de ziekmakende burnpits. Volgens de Drentse jurist Ferre van de Nadort zijn daarvan 252 ex-militairen die kampen met ernstige gezondheidsklachten die zij in verband brengen met het verbanden van afval. De jurist komt snel met een inventarisatie van die meldingen.

Lees het artikel in het Dagblad van het Noorden

0

‘Aangifte tegen Defensie wegens gif in hoofdkwartier Dutchbat’

Dutchbat-veteraan Remko de Bruijne doet aangifte tegen Defensie wegens zware mishandeling. In de jaren 90 zouden de militairen in Srebrenica zijn blootgesteld aan onder andere asbest.

Dutchbat-militairen die gelegerd waren in Potocari, Srebrenica, doen aangifte tegen Defensie van mishandeling en poging zware mishandeling. Veteraan Remko de Bruijne neemt hierin het voortouw. Kern van de aangifte is dat ze tijdens hun missie onbeschermd zouden zijn blootgesteld aan asbest, andere giftige stoffen en straling.

Bergen asbest en chemicaliën

De Dutchbatters verbleven destijds op het terrein van een oude accu-fabriek, waar bergen asbest, andere chemicaliën en een vat met daarop de waarschuwing ‘nucleair’ lagen.

In EenVandaag vertellen de mannen over de omstandigheden waarin ze hun werk moesten doen. Ook hebben ze foto- en videomateriaal van de aanwezigheid van de gevaarlijke stoffen op het terrein.

Er lag veel meer rotzooi en gif dan Dutchbat wist

Thom Karremans, oud-commandant Dutchbat III

Karremans: oude accufabriek ongeschikt als compound

De veteranen krijgen steun van hun destijds hoogste baas, overste Karremans. De oud-luitenant kolonel stelt in een reactie op de aangifte dat de militairen ‘nooit gelegerd hadden mogen worden in een zwaar beschadigde en vervuilde accufabriek.

“Ik heb toen opdracht gegeven de klerezooi zoveel mogelijk op te ruimen”, schrijft Karremans. “Pas (veel) later begin je je allerlei mogelijke consequenties te realiseren. Ik dus ook. Maar laat ik één ding toevoegen: er lag veel meer rotzooi en gif dan Dutchbat wist. Alle meldingen ten spijt, en pogingen tot overleg alsmede het zoeken naar een constructieve uitweg zijn bij het MinDef te enen male een utopie.”

Defensie: ‘geen onverantwoord risico gezondheid personeel’

Defensie laat in een reactie weten dat de Landmacht tijdens een verkenning voorafgaand aan de missie al melding maakte van milieuverontreiniging in een gebouw naast de compound. Daarop zouden maatregelen genomen zijn.

De aanwezigheid van asbest wordt niet ontkend, maar het personeel zou daardoor geen onverantwoord risico voor de gezondheid hebben gelopen. Wel stelt Defensie dat het personeel destijds onvoldoende geïnformeerd is. ‘Een ieder die gediend heeft in Potocari kan zich alsnog melden via het Veteranenloket’, aldus een woordvoerder van Defensie tegen EenVandaag.

Grote bergen losse asbest

Eerder constateerde het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) dat het complex in Potocari ‘ernstig beschadigd’ was. Volgens Defensie was van het ‘zwaar’ beschadigde complex een groot deel niet bruikbaar vanwege ‘asbest en aanwezigheid machines’.

Het aanwezige chemische afval zou relatief onschuldig zijn en gemakkelijk te verwijderen. Ook heeft men tijdens een andere inspectie ‘grote hoeveelheden losse asbest aangetroffen die in bergen in de hoeken van loodsen lagen.’

0

Congress Poised to Help Veterans Exposed to ‘Burn Pits’ Over Decades of War

WASHINGTON — Everywhere he went in Iraq during his yearlong deployment, Ryne Robinson saw the burning trash pits. Sometimes, like in Ramadi, they were as large as a municipal dump, filled with abandoned or destroyed military vehicles, synthetic piping and discarded combat meals. Sometimes he tossed garbage on them himself.

By Jennifer Steinhauer, NEW YORK TIMES; bron foto: burnpit.nl (vuilverbrandings “ovens” op Kandahar Airfield 2011).

“The smell was horrendous,” said Mr. Robinson, who was in Iraq from 2006 to 2007.

About nine years after returning home to Indiana, where he worked as a corrections officer, he began to suffer headaches and other health problems, which doctors attributed to post-traumatic stress. After having a seizure while driving on Christmas Day last year, though, he was told he had glioblastoma, an aggressive brain tumor.

Of the ailments endured by the newest generation of veterans — post-traumatic stress disorder, traumatic brain injuries, lost limbs and more — among the least understood are those possibly related to exposure to toxic substances in Iraq and Afghanistan, especially from those fires known as burn pits.

Now, with the largest freshman class of veteran lawmakers in a decade, Congress appears determined to lift the issue of burn pits from obscure medical journals and veterans’ websites to the floors and hearing rooms of Capitol Hill. Members are vowing to force the Pentagon and the Department of Veterans Affairs to deal with the issue.

(…)

Tens of thousands of those who served in Iraq and Afghanistan were exposed to burn pits, which were regularly used to dispose of all manner of refuse in giant dumps ignited by jet fuel. Discarding waste was an especially acute problem for troops there, as huge bases were established in locations that had no infrastructure for proper disposal or existing sanitation services had been shattered by combat.

From June 2007 through Nov. 30, 2018, the Department of Veterans Affairs processed 11,581 disability compensation claims with at least one condition related to burn pit exposure, according to Curt Cashour, a department spokesman. Of those, 2,318 claims were granted.

Lees het hele artikel

0

Informatieblad Burnpits Kandahar CONTCO / TFU-8

HYGIENE EN PREVENTIEVE GEZONDHEIDSZORG

CONTCO / TFU-8

Informatieblad

“BURNPIT” KAF

 

De afvalverbranding op Kandahar Airfield (Kaf) staat al een paar jaar ter discussie. Elke rotatie komen er vragen over stank en de emissie (rook ontwikkeling) die ontstaat bij de afvalverbranding. De meeste vragen betreffen gezondheidsrisico’s op korte en/of lange termijn. Deze vragen worden ook door de andere geallieerde landen die op Kaf verblijven geuit.

De “Burnpit” is de afvalverbrandinglocatie op Kaf. Op deze afvalverbrandinglocatie staan drie vuilverbrandingovens die het afval van ±28.000 inwoners van Kaf verwerken. In de nabije toekomst zal dat naar zes uitgebreid worden om de sterke groei van afval aan te kunnen.

Verbranden van afval is de best mogelijke oplossing zowel om operationele als gezondheidskundige redenen. Het storten en/of begraven van afval neemt veel ruimte in beslag en trekt veel ongedierte aan die ziektes kunnen overbrengen. Een ander nadeel van afval storten is dat het grondwater chemische verontreinigd kan worden. In de STANAG 2510, WASTE MANAGEMENT REQUIREMENTS, staat beschreven waaraan voldaan moet worden.

Sinds 2004 worden er door de Amerikanen en Britten geregeld onderzoeken gedaan naar de luchtkwaliteit op Kaf. Deze onderzoeken bestaan uit metingen van minimaal een aantal weken die verspreidt over Kaf plaats vinden. De locatie rond om de afvalverbranding is in alle metingen meegenomen. Al deze metingen geven aan dat het vrijkomen van gevaarlijke stoffen bij afvalverbranding ruim binnen de MEG[1]-normen blijft die gesteld zijn. De laatste twee onderzoeksrapporten dateren respectievelijk van 09 oktober 2009 en 11 maart 2010. Naar aanleiding van het scheiden van afval is er is zelfs verbetering te zien in vergelijking met rapporten van voorgaande jaren.

De 1ST Preventive Medicine Division op Kaf zal vanaf 11 maart 2010 elke zes dagen luchtmonsters nemen gedurende de missie. Dit om een nog beter beeld te krijgen van de luchtkwaliteit op Kaf.

Voor eventuele vragen kunt u terecht bij de HPG-specialist van Contco/TFU-8, te bereiken via:             VOIP 4520047

MDTN            *06 6012 2032

1(NLD/AUS) TFU HQ GMED HPG-SPECIALIST

[1] Military exposure guidlines

1

Intern document Defensie: al jaren zorgen om ziekmakende burnpits

Dagblad van het Noorden, door Bart Olmer: De rook, de stank en de gezondheidsrisico’s door afvalverbranding op de militaire basis in Kandahar, Afghanistan, was jarenlang een groot zorgenpunt voor Nederlandse militairen in Afghanistan. Dit blijkt uit een intern document, in bezit van deze krant.

„De afvalverbranding op Kandahar Airfield (Kaf) staat al een paar jaar ter discussie. Elke rotatie komen er vragen over stank en emissie (rookontwikkeling) die ontstaat bij de afvalverbranding. De meeste vragen betreffen gezondheidsrisico’s op korte en/of lange termijn. Deze vragen worden ook door de ander geallieerde landen die op Kaf verblijven geuit”, staat in het defensiestuk , getiteld ‘Informatieblad Burnpit Kaf, uit begin 2010.

 

Authentiek stuk

Het document bewijst dat burnpits binnen de legertop een groot ‘issue’ was. Defensiewoordvoerder Jos van der Leij bevestigt dat het een authentiek document betreft. Defensieminister Ank Bijleveld zei aanvankelijk van geen meldingen te weten over gezondheidsschade door burnpits, maar corrigeerde dit later in de Tweede Kamer.

Het document is opgesteld namens de contingentscommandant Afghanistan. In de periode maart tot en met juni 2010 werd de functie van contingentscommandant ingevuld door commandeur Henk Itzig Heine, die inmiddels defensie heeft verlaten.

Dit is opmerkelijk, omdat Henk Itzig Heine momenteel deel uitmaakt van de Stichting CAOP, dat namens Defensie uitzoekt wat de gezondheidseffecten zijn geweest op militairen door de burnpits in Afghanistan. Heine is lid van de bestuursraad van de stichting.

 

Vraagtekens bij onafhankelijkheid

De Drentse jurist Ferre van de Nadort zet daarom „grote vraagtekens bij de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid” van het Defensiemeldpunt dat vorige week online kwam, en spreekt over „de schijn van partijdigheid”.

Ook voorzitter Erik Jurriëns van de Onafhankelijke Defensiebond (ODB) deelt die kritiek: „Je zag het ook in de Chroom-6-affaire; de onderzoeker was toen tevens opdrachtgever: Defensie. Dat moet je gewoon niet doen.” Jurriëns pleit ervoor het Defensiemeldpunt onder te brengen bij een vakbond.

Het Defensiemeldpunt is de praktische uitwerking van de belofte van Defensieminister Ank Bijleveld dat zij de omvang laat onderzoeken van mogelijke gezondheidsklachten bij militairen door de blootstelling aan burnpits tijdens militaire missies in het buitenland.

 

‘Schijn van partijdigheid’

Van de Nadort: „Defensie heeft er voor gekozen om een meldpunt in te richten bij de Stichting CAOP, volgens haar een onafhankelijke organisatie. In de raad van bestuur van deze stichting zit een voormalig Hoofd Directeur Personeel van Defensie, dé grote verantwoordelijke voor de registratie van gezondheidsklachten en personeelsbeleid. Hij was ook contingentscommandant in Afghanistan in 2010. Hij moet toentertijd wel op de hoogte zijn geweest van burnpits in Afghanistan. Naast hem maakt ook de Directeur Werkgeverszaken Defensie deel uit van het bestuur. Daarmee wordt de schijn van partijdigheid gewekt.”

Het meldpunt is het volstrekt oneens met zijn kritiek. Volgens woordvoerster Ans Compaijen is het CAOP „een onafhankelijke stichting onder toezicht van sociale partners, en met een onafhankelijke voorzitter. De Raad van Toezicht heeft geen inhoudelijke bemoeienis met de door het CAOP uit te voeren werkzaamheden. De Raad van Toezicht is daarom op geen enkele manier betrokken (geweest) bij het instellen van dit meldpunt, noch met de werkzaamheden daarvan.”

 

Kritiek ‘onzinnig’

Een defensiebron noemt de kritiek onzinnig, omdat de oud-contingentscommandant destijds niet betrokken was bij de dagelijkse gang van zaken op de militaire bases in Afghanistan. Zijn rol was meer een overkoepelende, coördinerende en administratieve, namens de Commandant der Strijdkrachten.

Het CAOP benadrukt dat militairen veilig bij het meldpunt terechtkunnen. „Zij worden door ons persoonlijk, deskundig en onafhankelijk te woord gestaan. Zo gebeurt hun melding goed en volledig. Het CAOP verzamelt informatie uit de meldingen en rapporteert vervolgens anoniem aan Defensie.”

Defensie heeft haar eigen meldpunt opgericht om „inzicht te krijgen in de omvang en aard van de gezondheidsklachten onder voormalige en actief dienende defensiemedewerkers die zijn blootgesteld aan de uitstoot van burnpits”.

 

Defensiemeldpunt garandeert anonimiteit

Defensie zegt dat oude, interne meldingen niet doorzoekbaar zijn voor het ministerie. „Deze meldingen zijn opgenomen in medische dossiers en vallen onder medisch beroepsgeheim. Defensie kan deze meldingen niet zomaar opvragen en heeft daarom de omvang en aard van de gezondheidsklachten nog niet precies in kaart. We roepen dan ook iedereen op om zich hier te melden als er mogelijk gezondheidsklachten zijn ontstaan als gevolg van het inademen van uitstootgassen van burnpits.”

Het Defensiemeldpunt zegt anonimiteit te garanderen voor de melders: „Het meldpunt deelt geen persoonsgegevens met anderen, waardoor uw melding anoniem blijft. Het CAOP verzamelt de informatie uit de meldingen en rapporteert dit aan Defensie. Dat rapport gaat op algemeen niveau over bijvoorbeeld: waar, hoe of wanneer zij met burnpits in aanraking zijn gekomen, de hoeveelheid, aard en omvang van de klachten, leeftijdsgroepen van de mensen die zich hebben gemeld, militair of burgerpersoneel zijn.”

 

250 reacties bij burnpit.nl

Op basis van die inventarisatie besluit de minister of er een onafhankelijk onderzoek komt naar de gevolgen van burnpits. „Of er een onderzoek komt en wat de omvang van dit onderzoek precies is, wordt onder andere bepaald door de meldingen via dit meldpunt.”

De Drentse jurist heeft via het meldpunt inmiddels 250 reacties gekregen van militairen met specifieke gezondheidsklachten. Defensie kon vanochtend nog niet zeggen hoeveel meldingen er inmiddels zijn binnengekomen bij het Defensiemeldpunt. Zodra dat bekend is, zal dit bij dit artikel worden vermeld.

1 2 3 4 5 7